Kwaadspreken, kan dat wel?

Kwaadspreken, een zonde die we moeten belijden - Kwaadspreken is niet zo onschuldig als dat sommige christenen denken, maar het is een veel voorkomende zonde en een sluipend kwaad. Christenen kunnen soms erg veel en zelfs harde kritiek hebben op medegelovigen en op de geestelijke leiding van een gemeente. In uiterste instantie kan het gevolg zijn dat mensen beschadigt raken en dat een gemeente scheurt. In feite is dit vreselijk, want een evangelie gemeente heeft juist de heilige opdracht om het licht van Jezus uit te dragen.
In de wereld om ons heen is harde kritiek aan de orde van de dag. Mensen kunnen soms erg onbarmhartig kritiek leveren, maar… het zou onder wedergeboren christenen feitelijk niet moeten voorkomen. Want je mag verwachten dat wedergeboren christenen de vrucht van de Geest voortbrengen (lees Gal 5:22). Helaas zien we dat niet altijd in de praktijk.

Wat zegt de Bijbel over kwaadspreken en elkaar oordelen in Jac.4:11:
"Spreekt geen kwaad van elkander, broeders. Wie van zijn broeder (of zuster) kwaad spreekt of hem (haar) oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt haar; en indien gij de wet oordeelt, zijt gij geen dader, doch een rechter der wet."

Het woord dat in Jac. 4:11 in het Grieks voor "kwaadspreken" staat, wordt in onze vertaling op twee manieren vertaald. Het wordt vertaald als "kwalijk spreken van" en als "belasteren". Het woord dat hier in het Grieks voor "oordelen" staat, betekent "jezelf als rechter opwerpen". Het oordelen van de medegelovigen houdt dus in dat je meent de bevoegdheid te hebben om als een rechter over iemand te oordelen. Het woord "kwaadspreken" kun je ook weergeven als "ten nadele spreken van". Het is op de één of andere manier negatief spreken over medegelovigen, om je eigen gelijk te halen of zelfs om iemand bewust te beschadigen.

Terwijl men in de wereld vaak kritiek uit op politici en allerlei andere leidinggevende mensen, leveren gelovigen soms kritiek over medegelovigen, oudsten en vooral de voorganger of voorgangers. Het lijkt zelfs voor sommigen een aangenaam tijdverdrijf, om tegen andere gelovigen, vooral die ontvankelijk zijn voor negatieve kritiek, te roddelen over de medegelovigen en de leiders in de gemeente.

Kwaadspreken komt voort uit een hoogmoedig hart.
En het erge van alles is, dat veel van die gelovigen zichzelf altijd weer goed praten, omdat ze menen dat hun kritiek gerechtvaardigd is en daarom gaan ze gewoon door met roddelen. Ze denken: "Zij zien hoe het echt zit en alle anderen en met name de leiding, ziet het niet goed", feitelijk is het niets anders dan hoogmoed. Wie kwaadspreekt, heeft niets begrepen van nederigheid en ootmoed die God van ons vraagt, als wedergeboren kind van God. Je meet jezelf aan, dat je goed genoeg bent om rechter te zijn over een ander en dat is hoogmoed.

Daar staat tegenover dat de opdracht van God in Jacobus is, om geen kwaad te spreken en elkaar niet te oordelen en het staat in de gebiedende wijs. Het is dus geen verzoek, nee het is een eis van God! In de hele Bijbel lezen we Gods waarschuwingen over kwaadspreken. Kennelijk vond God het zo belangrijk om ons hiervoor te waarschuwen, dat de Bijbel er vol van staat.

Lees bijvoorbeeld in:
- Lev. 19:16-18 "Gij zult onder uw volksgenoten niet als een lasteraar rondgaan; gij zult uw naaste niet naar het leven staan: Ik ben de Here. Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; openlijk zult gij uw volksgenoot terecht wijzen en niet ter wille van hem zonde op u laden. Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de Here."

 

Hier worden enkele belangrijke feiten aan ons doorgegeven, namelijk:
Wie over zijn naaste lastert, staat a.h.w. zijn naaste naar het leven, God ziet het dus op dezelfde manier. De lasteraar is schuldig aan een zonde en wie in zijn hart (dus niet eens openlijk zijn) broeder haat, is schuldig aan dezelfde zonde. Nu kan het makkelijk zo zijn dat er geen sprake is van haat. Maar harde kritiek leveren met als doel iemand onderuit te halen is niet bepaald een teken van liefde, eerder van afkeer en dit kan spoedig op haat overgaan.

- In Psalm 34 horen wij David zeggen: "Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen voor het spreken van bedrog; wijk van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na." (Psalm 34:11-14)

- David had een grote hekel aan mensen die lasterden. In Psalm 101 laat hij dit weten: "Wie zijn naaste heimelijk lastert, die zal ik verdelgen; wie hoog van ogen en trots van hart is, die duld ik niet." (Psalm 101:5)

- Het boek Spreuken staat: "Wie laster verspreidt, is een dwaas." (Spr. 10:18)

- Het boek Spreuken waarschuwt ons ook voor de roddelaar: "Wie als lasteraar rondgaat, openbaart geheimen; laat u dus niet in met een loslippige." (Spreuken 20:19)

- De Heer Jezus Zelf heeft ook gewaarschuwd om niet mee te doen aan het bekritiseren van anderen. Hij zegt in (Matth.7:1-5):
"Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oogbalksplinter bemerkt gij niet? Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen."

- De apostel Paulus schreef ongeveer hetzelfde:
"Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem vast te doen staan. Gij echter, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat minacht gij uw broeder? Want wij zullen allen gesteld worden voor de rechterstoel Gods. Zo zal dan een ieder onzer voor zichzelf rekenschap geven aan God. Laten wij dan niet langer elkander oordelen, maar komt liever tot dit oordeel: uw broeder geen aanstoot of ergernis te geven." (Rom. 14)

Adviezen voor alle christenen
Wat moeten we doen, als we regelmatig te maken hebben met kwaadspreken, roddelen of zelfs lasteren en we willen er feitelijk niet aan mee doen.

1.Vraag u elke avond af of u vandaag meegedaan hebt, om over iemand kwaad te spreken of er ook maar naar geluisterd hebt.

2.Realiseer u, dat God hoort en ziet of u kwaadspreekt over anderen of tegen anderen of luistert naar het kwaadspreken dat anderen doen.

3.Realiseer u, dat God u niet kan zegenen als u zich opwerpt als een rechter van anderen en dat het gewoon een zonde is.

4.Realiseer u dat het verhaal altijd eenzijdig is en door de verteller is ingekleurd om het zo mooi mogelijk te maken. Geloof dus niet klakkeloos wat anderen u vertellen.

5.Belijd zo nodig uw zonde aan God, beloof Hem het niet meer te zullen doen en waarschuw voortaan anderen als zij kwaadspreken bij u in de buurt. Luister gewoon niet meer naar kwaadsprekerij, breng het gesprek naar een ander onderwerp of ga weg.

6.Indien door uw kwaadspreken anderen beschadigd zijn, dan zou u het ook aan de betreffende persoon of personen moeten belijden (Matth. 5:23-24), tenminste als we willen dat God u zal vergeven.

HH

Meer studies