Kritiek, kan dat wel?

Kritiek in de gemeente, kan dat wel? - We krijgen er allemaal in de evangelie gemeente mee te maken. Iedereen staat in feite bloot aan kritiek en wel het meest geldt dit voor degene die iets doen in de gemeente. Gemeenteleiders zullen er daarom zeker mee te maken krijgen en op dit punt spreken we zelf ook uit ervaring. Welke beslissing een voorganger, oudste of welke andere gemeente leider of leidster ook neemt, er zullen altijd voor- en tegenstanders zijn. Onze ervaring is dat je het feitelijk nooit iedereen naar het zin kan maken, hoe goed je je best ook doet. Maar uiteindelijk gaat het daar ook niet om, maar veel meer om de verheerlijking van de naam van Jezus in de gemeente en niet dat iedereen gelijk krijgt.

Het is vooral voor gemeente leiders van groot belang dat we niet te 'overgevoelig' zijn, als anderen kritische opmerkingen maken. Niemand is echt ongevoelig voor kritiek, maar overgevoeligheid op dit punt kan ons totaal verlammen en is feitelijk niets anders als ons eigen ik, wat te snel beledigd is. Beschouw ook niet alle kritiek direct als een persoonlijke aanval, want dat is natuurlijk in de meeste gevallen niet zo.

Maar het ook waar, dat juist de mensen die aan de kant staan, het beste denken te weten hoe anderen zouden moeten handelen. Heel vaak heeft men het over de splinter in het oog van de ander en men vergeet daarbij de balk in eigen oog (Lees Mat.7:3-5). Daar komt nog bij, dat mensen die niet wezenlijk iets bijdragen aan de gemeente, zelf veel minder zichtbaar zijn en dus krijgen ze zelf ook zelden kritiek. Het is tragisch, maar sommige mensen doen uit angst iets verkeerds te doen, maar helemaal niets meer, omdat men gewoon bang is voor kritiek.

Maar de man in de Bijbel, die uit angst om fouten te maken maar niets uitvoerde, werd door de Heer echter zwaar veroordeeld. In Mattheüs 25 lezen we dat tot de man die zijn talent in de grond stopte, gezegd werd: 'Jij luie en nutteloze slaaf.' In Efeze 4:16 lezen we ook over het lichaam van Christus, waarvan alle onderdelen als een welsluitend geheel bijeengehouden moet worden door 'de dienst van al zijn geledingen'. Dus door hetgeen wij allemaal persoonlijk kunnen bijdragen, omdat we allemaal organen zijn van dat zelfde lichaam van Christus.

We weten natuurlijk ook, dat we geen van allen nog volmaakt functioneren en dat betekent dus, dat er best nog wat te corrigeren valt aan ons. Als dienaren van God zullen we ons hart erop moeten zetten, de Heer te dienen op de beste manier die voor ons mogelijk is, maar toch zullen er altijd dingen zijn die nog onvolkomen zijn.

Kritiek, wat doen we er mee?
Maar wat doen we er mee, als andere mensen kritiek hebben? Moeten we er naar luisteren en ons er door laten beïnvloeden, of moeten we kritiek maar gewoon laten voor wat het is? En wat te doen als wij anderen fouten zien maken en wij dus zelf kritiek hebben op medebroeders en zusters? Moeten we onze op- en aanmerkingen dan maar voor ons houden, of moeten we hen er op aanspreken? Het is zeker eenvoudiger om de ander maar gewoon niet te confronteren met zijn of haar misstappen, maar... ook dit kan van liefdeloosheid getuigen. Omdat we dan uit angst voor weerstand onze mond maar houden en toelaten dat die ander een verkeerde weg op gaat. Beter is het om God te bidden om de juiste woorden en de juiste gesteldheid van ons eigen hart en vooral ook het juiste moment waarop we de dingen zullen zeggen die op ons hart zijn.

We zullen ook zelf altijd moeten luisteren naar kritische opmerkingen, wanneer ze voortkomen uit liefde en bewogenheid, ongeacht of we het er mee eens zijn. Tenminste zouden we hetgeen ons in liefde gezegd is, biddend kunnen overdenken. Mogelijk dat Gods heilige Geest ons toch duidelijk maakt dat ons eigen inzicht onjuist is en dat we dingen moeten veranderen. Sta er in ieder geval voor open en besef dat we altijd anders naar onszelf kijken dan anderen naar ons.

We zijn broeders en zusters van elkaar en we vormen samen een geestelijk gezin. Je kent elkaar en dus ook vaak elkaars zwakke punten. In een gezin zal zeker ook over de verkeerde dingen van elkaar gesproken worden. Maar door de liefde weet degene die het treft, dat zijn familieleden hem vanwege zijn zwakheden nooit zullen laten vallen. Het gezin waar men hem of haar bekritiseert, is dus ook zijn schuilplaats en het zou zo ook moeten zijn in de gemeente van de Heer.

Onder vier ogen.
Wanneer wij in de gemeente merken dat een broeder of zuster niet de goede weg bewandelt, hoe stellen wij ons dan op? Natuurlijk laat je hem niet aanmodderen, je laat degene van wie je houdt niet de vernieling ingaan. Ook Jezus zei dat heel duidelijk. 'Als uw broeder (of zuster)zondigt, bestraf hem onder vier ogen. Als hij naar u luistert, hebt u uw broeder (of zuster) gewonnen' (Matt.18:15,16).

Uit de woorden: 'Bestraf hem onder vier ogen' blijkt, dat Jezus alleen maar denkt vanuit de liefdeband die er is tussen broeders en zusters. Normaal zal je niet gemakkelijk de fouten van je broer of zuster in het publiek op tafel brengen.

 

Hoe komt het dan dat dit onder geestelijke broeders en zusters wel heel vaak gebeurt? Dan moet er toch iets fout zijn met de liefdeband die we zouden moeten hebben.

Wanneer je kritiek hebt op je broeder, dus…. als je denkt dat het fout met hem zit, ga er dan niet met iedereen over spreken. Ga naar hem persoonlijk toe en spreek over je twijfels. Dat is de Bijbelse weg. Pas als je zeker bent van je vermoedens en de ander wil, na herhaaldelijk waarschuwen niet luisteren, dan pas mag je er een andere (vertrouwd) persoon in betrekken. Het doel is dus nooit, om iemand eens even goed de waarheid te zeggen. Het enige doel is dat de liefdeband mag blijven.

In Galaten 6:1-3 zegt Paulus dat we een broeder die zondigt in een geest van zachtmoedigheid terecht moeten wijzen. Wij kunnen elkaar zo 'recht voor de raap' iets zeggen, de Bijbel leert het ons hier echter anders. Paulus zegt daar nog bij, dat we maar niet al te hoog van de toren moeten blazen, want 'u mocht ook eens in verzoeking komen'. En in vers 3 zegt hij: 'Want als iemand zich verbeeldt, dat hij iets is, dan vergist hij zich zeer'.

Als echte broeders en zusters mogen wij elkaar terecht wijzen, maar wel in een geest van verdraagzaamheid (vers 2), liefde en acceptatie, en bovenal met een nederig hart.

Is kritiek dan altijd nodig?
Wanneer het gaat om zonden, vooral van ernstige aard, zaken die dus duidelijk tegen Gods Woord ingaan, dan is correctie hoe dan ook noodzakelijk. Het blijft natuurlijk altijd de vraag wie dat zou moeten doen en of we wel instaat zijn het op de juiste manier te doen, maar hoe dan ook kunnen we zonden niet laten voortbestaan in de gemeente.

Maar niet alles wat in onze ogen fout is, moet bekritiseerd worden. Hoe vaak is er alleen maar sprake van: een ander inzicht, andere beleving met de Heer of een andere achtergrond. De grote vraag is nu: is het nodig kritiek uit te oefenen op mensen die op een bepaald punt anders denken dan wij? Om personen die bijvoorbeeld progressiever ingesteld zijn te corrigeren omdat wij veel behouder zijn? En is het aan de andere kant altijd nodig je de kritiek aan te trekken die op jou uitgeoefend wordt, als er Bijbels gezien niets fout is?

Het is ook belangrijk dat we onderkennen welke geest er achter de dingen zit. Het is voor velen moeilijk te ontdekken dat Gods Geest kan werken op een manier die niet de onze is. Dat zien al heel gauw als jongeren God willen dienen op een voor de oudere generatie minder aansprekende manier. We vergeten dan vaak dat God niet per definitie ouderwets is. God zegt in Zijn Woord, "zie Ik maak iets nieuws" (Jesaja 43:19)

Om het juiste inzicht daarin te hebben, zullen we geestelijke mensen moeten zijn, dus mensen die geleid worden door de heilige Geest. Vanuit diezelfde Geest zullen we ook altijd eerst bij onszelf nagaan of wij zelf wel goed staan. Of we niet zelfgenoegzaam zijn geworden in het idee dat het goed is zoals wij het doen en zoals we het altijd al gedaan hebben. Wanneer Gods Geest ons vult, zal Hij in de eerste plaats zijn licht laten vallen in ons eigen hart, om ons aan te tonen wat onze ware drijfveren zijn. Fouten mogen natuurlijk gecorrigeerd worden, maar het kan ook zijn dat je geïnspireerd wordt door irritatie, je kritiek is dan beslist niet van de Heer, vooral als het gaat om futiliteiten.

De Heer wil dat zijn werk doorgaat en dat de boodschap van het Koninkrijk der hemelen deze wereld overgaat. Dit gebeurt ook inderdaad op allerlei wijzen en manieren. Het is de duivel er om te doen deze voortgang te stagneren. Laat ieder zichzelf daarom eerst onderzoeken of zijn eigen hart wel zuiver is. Of er werkelijk bewogenheid is vanuit de Geest van de Heer. Het kan zijn dat er iets anders meespeelt: angst om mensen voor het hoofd te stoten, angst voor nieuwe inzichten, angst nieuwe liederen die de oude verdringen, angst voor nieuwe manier van lofprijzing. Nieuwe manieren waar wij dan wel niets mee hebben, maar daarom nog niet fout hoeven te zijn. Als we niet leren eerst de diepste gronden van ons eigen hart te onderzoeken, hoe zouden we die van anderen dan kunnen beoordelen? Soms is het zelfs beter om te zwijgen en je eerst eens ernstig af te vragen, waarom je zo kritisch gestemd bent.

Conclusie.
Het is niet verstandig om alle kritiek maar gewoon te negeren, we kunnen er soms ook heel wat van anderen leren. Maar we zullen het gemakkelijker aannemen van mensen die ons in liefde benaderen. We weten immers dat zij het beste met ons voor hebben.

Zowel degene die kritiek levert moet zich laten vullen met de Geest van God, alsook degene die de kritiek ontvangt. We hebben ook de onderscheiding van de heilige Geest nodig om te weten, welke geest er spreekt. Ook hiervoor gelden de woorden van de apostel Johannes: 'Vertrouw niet iedere geest, maar onderzoek de geesten, of zij uit God zijn' (1 Joh.4:1). Gods werk moet doorgaan in deze wereld. Laten we daarom bovenal onze leidinggevende broeders en zusters bemoedigen en niet te snel zijn met het waarschuwende vingertje. Laten we ons liever gaan trainen in het uiten van positieve waarderingen. Laten we sneller zijn met positieve en opbouwende woorden, dan met negatieve kritiek.

HH

Meer studies