Bijbels leiderschap - deel 1

Gevaren voor leiders. - In de huidige tijd zien we steeds meer leiders opstaan in evangelische kringen die zichzelf eerder zien als een soort manager van een groot bedrijf, dan als toegewijde dienaren van Gods werk. Ze leiden de gemeente alsof het een commercieel bedrijf betreft, terwijl het dat absoluut niet is, maar levend lichaam van Christus waarvan Jezus het hoofd is. Het feit dat leiders geneigd zijn hun gemeente als een bedrijf te zien, heeft natuurlijk ook te maken met de specifieke gevaren die verbonden zijn aan geestelijk leiderschap, risico's die speciaal personen in leiderschap lopen. Ze komen als het ware mee met de verantwoordelijkheid en de taak.

Maar het is ook waar dat niet iedereen die meent een leider te zijn, het ook is. De Bijbel zegt dat God 'sommige' heeft aangesteld in de gemeente (1 Cor.12:28-31). Het is beslist geen schande als een leider terugtreed uit zijn functie, omdat hij gaandeweg tot de ontdekking komt niet over de juiste bestuurskwaliteiten te beschikken. Dit is in ieder geval veel beter dan te blijven in een taak waar men geen roeping voor heeft, met mogelijke schade voor de gemeente en hem zelf.

We willen hier even kort de eigenschappen bespreken waaraan leiders moeten voldoen.

1. Een geestelijk leider moet geen carrière jager zijn.

De Bijbel zegt in Rom.12:3 "Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld."

Een groot gevaar voor leiders is hoogmoed. Het is het eerste en belangrijkste waar leiders voor moeten waken. Natuurlijk is hoogmoed een ernstig gevaar voor iedereen, maar geestelijke leiders zullen er meer last van te hebben. Zij worden vaak in een positie geplaatst waarin andere hoge verwachtingen van hen hebben. Wanneer een leider bijvoorbeeld door veel mensen bejubeld wordt, omdat hij bepaalde dingen zeer goed doet, komt hij gemakkelijk in de verleiding om op anderen te gaan neer te zien.

Zelfs geestelijk leiders die veel waarschuwen voor hoogmoed, kunnen er toch zelf aan ten prooi vallen, want dit gevaar is vaak veel groter dan men denkt en dus kan het gemakkelijk onderschat worden. Vandaar dat dagelijks gebed en diep buigen voor de Heer, de enige weg voor een leider is om hiervoor bewaard te blijven. Hoogmoed is bij uitstek de manier waarop de duivel een geestelijk leider ten val kan brengen. Want vanuit deze zonde komt nog veel meer voort, zoals leugens, oneerlijke praktijken en schijnheiligheid. Hoogmoed komt voort uit onze zondige natuur en daarom waren we er in ieder geval allemaal bevattelijk voor.

In het bijzonder leiders moeten zich de vermaning van Paulus aan de Corinthiërs voor ogen houden in 1 Cor.3:5: "Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft."

2. Geestelijk leiders moeten teamspelers zijn.

Twee voorbeelden waarin we zien dat God wil dat leiders teamspelers zijn.

- Handelingen 6:1-6 beschrijft hoe met het groter worden van de gemeente te Jeruzalem de behoefte aan diakenen ontstaat: er zijn 'handen' tekort voor het bedienen van de tafels. De apostelen zien dit in en stellen de voltallige gemeente voor: "Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen."

- Dit stemt ook overeen met de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg toen hij van de ochtend tot de avond bezig was om recht te spreken tussen het volk: (Ex.18:21) "Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien."

Daarom, ook nu moet het werk in de gemeente gedelegeerd worden aan betrouwbare mensen, vol van Geest en wijsheid, het werk kan niet slecht door één persoon gedaan worden. Een leider moet zich dus omringen met bekwame mensen die hem kunnen helpen en adviseren. Maar leiders die niemand naast zich dulden of kunnen verdragen, geven daarmee in feite aan ongeschikt te zijn voor het geestelijk leiderschap.

We zien nogal eens groepen van gelovigen met een leider die zichzelf onaantastbaar is gaan vinden en zelfs absolute gehoorzaamheid eist van zijn volgelingen. Hoewel men soms ook nog de mond vol heeft over Bijbelse principes van verantwoordelijkheden delen en gaven die gelovigen hebben, duldt men in de praktijk toch niemand naast zich. Men mag dan wel meewerken, maar de leider deelt niet het gezag wat hij heeft, dus de verantwoording blijft ten alle tijden alleen bij hem. Dit is dan totaal anders dan wat we in de Bijbel vinden. Mozes werd juist gecorrigeerd door zijn schoonvader Jethro, toen hij de neiging had om alles alleen te doen.

 

Jezus is tijdens zijn aardse bediening ook direct begonnen om 12 apostelen op te leiden. (Luc.6:13). Hij wist dat de tijd zou komen dat Hij ten hemel zou varen en dat Zijn werk door anderen zou moeten worden voortgezet. Tevens zond Hij zijn discipelen ook uit om de boodschap van het koninkrijk te verkondigen en met zieken te bidden (Luc.9 en 10) en Hij liet ze zelfs toe om mensen te dopen (Joh.4:1). Hij schakelde ze dus werkelijk ook in.

Een van de beste middelen tegen het gevaar om solistisch te worden in geestelijk leiderschap, is direct anderen mee te nemen in de bediening en hen de ruimte te geven zich naast je te ontwikkelen. Natuurlijk zit daar ook een gevaar in, je loopt als leider veel meer risico op rivaliteit en afgunst. Maar tegelijk moet elke leider beseffen dat het werk van God niet het eigendom van de leider is, zelfs al heeft hij aan de basis van het werk gestaan. God is machtig om je als leider te bevestigen en als Hij het niet doet kunnen we beter stoppen en plaats maken voor anderen, want anders is het gewoon mensen werk.

3. Geestelijk leiders moeten ook open staan voor kritiek.

"Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle."( 1 Kor.10:12)

Mensen die zich afsluiten voor de mening van anderen, zijn gevaarlijke mensen in het leiderschap. Leiders die zich afsluiten voor kritiek van medewerkers of collega's in de dienst van God, ervaren kritiek meestal als een aanval in plaats van een mogelijke aanvulling en verrijking. Een van de kenmerken van geestelijk leiderschap is juist het vermogen om Gods leiding te verstaan door middel van de bijdrage die uit de groep om je heen komt.

Door de doop in de heilige Geest heeft iedere christen de inwoning van de Geest Gods in zich. Door de werking van de Geest in ons, kan dus elke gelovige Gods leiding ervaren. Het is m.a.w. geen exclusief voorrecht voor één leider. Om die reden is het juist een zegen als een leider voor opbouwende kritiek open kan staan en er op een geestelijke wijze zijn voordeel er mee doet; uiteraard alleen als kritiek uit de juiste bron voort komt en niet b.v. uit een bitter hart of uit jaloersie.

Maar een leider moet geleerd hebben om te onderscheiden of God spreekt, of dat het uit een andere bron komt. Kritiek mag nooit geuit worden om af te breken en iemand geestelijk omver te halen, maar juist om op te bouwen. Maar.. dit is ook waar: kritiek kun je alleen accepteren als je bereid bent open en eerlijk te zijn als het gaat om de dingen die verkeerd gaan en niet voordurend bezig bent je eigen fouten zoveel mogelijk te verdoezelen.

Natuurlijk, de leider is geroepen een voorbeeld te zijn, maar hij hoeft niet te pretenderen dat hij de perfectie op aarde is. In het leven van alledag zijn die mensen die denken nooit fouten maken juist niet geloofwaardig. Deze mensen lijken zo ver verwijderd van de strijd die de meesten van ons dagelijks voeren, dat we ons daar niet in herkennen. We kunnen ons veel beter identificeren met iemand die evenals wij, verzoekingen kent en het daar soms moeilijk mee heeft. Een leider komt wel vaker in de verleiding om zijn fouten te bedekken. Daarom kan hij het beste onmiddellijk zijn falen onder ogen zien en vergeving vragen als dat eventueel nodig is. Daarmee zal hij juist nog meer een voorbeeld zijn voor anderen.

4. Een leider moet zoveel mogelijk samenbinden en niet verdelen.

Het is soms beangstigend om te zien, hoeveel verdeeldheid er ontstaat in geestelijk werk door persoonlijke ambitie van leiders. Soms wordt er een klein meningsverschil gevonden om een splitsing te rechtvaardigen, terwijl het in werkelijkheid om een persoonlijk conflict gaat. Feitelijk moet een leider zijn persoonlijke conflicten met iemand kunnen oplossen, zonder dat de gemeente er schade door ondervindt. Het is in ieder geval geen bewijs van geschiktheid als leider, als men gaat lobbyen in de gemeente om mensen achter zich te krijgen. Daarmee ontstaat er verdeeldheid en staan we de eensgezindheid, die van levensbelang is voor een gemeente, juist in de weg.

Wat is dat: eensgezindheid? Eensgezindheid is een zaak van het hart. Het heeft alles te maken met de manier waarop we in de gemeente met elkaar omgaan. Niet het feit dat iedereen hetzelfde vindt, maakt een gemeente, maar het feit dat iedereen dezelfde gezindheid heeft, namelijk de gezindheid van Christus.

Natuurlijk betekent het niet dat we over alles verschillend mogen denken. Er zijn Bijbelse principes, zoals onze redding door Jezus offer en de waarheid van de Bijbel, welke de basis vormen van de gemeente van de Heer. Daarover mogen we dus nooit van mening verschillen.

Maar.. waar de gezindheid van Christus is, is geen plaats meer voor eigen geldingsdrang. Paulus schrijft: Fil.2:3 "In ootmoed achte de een de ander uitnemender dan zichzelf". Het uitnemender achten van de ander, is een belangrijk principe in geestelijk leiderschap. Ootmoed is een sieraad voor geestelijke leiders en het bewaart ons voor verdeeldheid. Vandaar dat een geestelijk leider daarin een voorbeeld moet zijn.

Het is van groot belang dat een leider integer is. Weinig zaken hebben de voortgang van het Evangelie meer schade toegebracht dan leiders die niet integer zijn en die integriteit begint in de eigen omgeving.

U kunt hierover verder lezen in het tweede deel: KLIK HIER

HH

Meer studies