Bijbels leiderschap - deel 2

Gevaren voor leiders. - Het klinkt wellicht wat vergaand, maar toch ontkomen we er niet aan. Voordat iemand als leider kan worden aangesteld, is het van belang om iets te weten over iemands persoonlijke handel en wandel? Want de Bijbel leert ons in 1 Tim.3:2 dat een leider in de eerste plaats van onbesproken gedrag moete zijn en daarnaast: "de man van één vrouw, nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, maar vriendelijk, niet strijdlustig of geldzuchtig."

Een leider, die b.v. in zijn privéleven financiële problemen schept, zal mogelijk ook in de gemeente onverantwoorde bestedingen doen. Een leider die onzorgvuldig is met relaties zal ook in de gemeente brokken maken en emotionele puinhopen kunnen achterlaten. Vandaar dat zijn huwelijk onbesproken moet zijn, m.a.w. in geval van ontrouw wordt hem dat dubbel aangerekend, want hij heeft een voorbeeld functie.

Vaak wordt er gezegd: "ja maar God was koning David toch ook genadig en hij mocht koning blijven, ondanks dat hij in overspel viel". Dat is wel zo, maar laat ons niet vergeten dat God David verbood om de tempel te bouwen. (1 Kronieken 22:6-16). In geestelijke zin wijst dit erop dat niet iedereen kan meebouwen aan de gemeente van de Heer, die ook gezien wordt als de tempel van God. Soms kunnen mensen vanwege hun levenswandel, niet in het leiderschap van een gemeente staan. Dat wil niet zeggen dat daar een wet of regel voor zou bestaan, nee zeker niet. Maar overspel geeft wel aan dat er iets mis is met het huwelijk en/of de relatie met de Heer. In zo'n geval is men niet (of nog niet) capabel voor een leiders ambt.

De Bijbel zegt ook dat een leider eerst op de proef gesteld moet worden (1 Tim.3:10). Het is dus niet verkeerd om eerst een proef periode in te stellen voordat iemand definitief wordt aangesteld. Te snel iemand aanstellen in de gemeente, is dus niet wat de Bijbel leert.

Hier volgen weer eigenschappen die iets zeggen over de integriteit van een leider.

5. Een geestelijk leider moet niet op geld uit zijn.

Leiders in de dienst van God mogen niet uit zijn op grote winst, met als doel zichzelf te verrijken. Lees de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg: (Ex.18:21) "Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien."

Een dienaar van God heeft een voorbeeld functie in de gemeente van de Heer en dient daarom beslist geen overdreven luxe leven te leiden. Luister naar wat Paulus zegt in 1 Tim. 6:7-10

"Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn. Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken."

Is het dan verkeerd om van je geld te genieten? Beslist niet. Het is een misverstand dat de God van de Bijbel een zuinige en karige God is, die het ons niet gunt dat we genieten en die, als wij iets leuk vinden, bedenkelijk gaat kijken. Nee zo is het niet, een evangelie dienaar hoeft zeker niet arm te zijn, maar het is absoluut onjuist als men rijk wordt van de giften van mensen.

Leiders mogen ook de inkomsten (c.q. vergoedingen) uit hun evangelie werk, zeker niet als een soort bijverdienste zien en nog minder, als een manier om rijk te worden. De giften van mensen zijn daar zeker nooit voor bedoeld geweest, want ze zijn als aan God gegeven. Het zijn liefde offers van mensen, die bedoeld zijn om hen een normaal bestaan te kunnen geven en niet om een overdadig en weelderig leven te kunnen gaan leiden.

Leiders in de gemeente maken geen winsten, zoals ondernemers van bedrijven. Ze zijn zelfs in het geheel niet te vergelijken met zakenmensen in de wereld, die door slim zaken doen grote winsten maken en dat geldt ook niet voor leiders met een grote gemeente of bediening. In ieder geval zal elke dienaar van God ook wat dit betreft, rekenschap moeten afleggen bij God.

Sommige leiders in het evangelie, menen echter 'recht' te hebben op een hoge positie en op een daarbij behorend hoog salaris plus een zeer ruime onkosten vergoeding. Ze zien zichzelf als een soort directeur en beroepen zich op de roeping van God. De gemeente wordt in de Bijbel echter genoemd het lichaam van Christus, Jezus is de enige top manager. Een gemeente leider heeft ook hierin een voorbeeld functie in de gemeente, om te dienen en niet eerst aan zichzelf te denken. Daarom is het zeer noodzakelijk voor een dienaar van God om ook hierin te sterven aan zijn ego en te winnen aan nederigheid.

 

Denk erom, geldzucht is levensgevaarlijk voor een leider. In een grondtekst van 1 Tim.6:10 staat feitelijk : "Want de wortel van alle kwaad is de liefde voor geld; door daaraan toe te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zij zichzelf doorboord met vele smarten."

6. Een leider moet in zijn huwelijk en gezin, een voorbeeld zijn in de gemeente.

Paulus zei in Efeziërs 5:25: "Mannen, hebt uw vrouwen lief!" Als het gaat om leiders moeten zij ook hierin een voorbeeld zijn voor de gemeente. Een geestelijk leider geeft aandacht aan zijn vrouw. We hebben leiders nodig die zo nu en dan niet bereikbaar zijn omdat ze tijd met hun vrouw moeten doorbrengen. Mannen die niet vervallen in de gewoonte om hun vrouwen uit te lachen en op hun plaats te zetten met kleine nonchalante opmerkingen in het publiek.

Want wat helpt het als we grote aanhang hebben in de gemeente, de mensen blij met ons zijn en dit gaat ten kostte van ons relatie thuis? Leg dus de krant of tablet eens neer en zet de televisie of computer uit en praat eens samen. Doet men dat niet, dan kan al het succes als leider op een dag thuis in een complete mislukking uiteenspatten.

Voordat een leider een gemeente kan besturen, zal men eerst in huwelijk en gezin bewezen moeten hebben een leider te kunnen zijn. Lees 1 Tim.3:4,5 een leider moet zijn "..een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt; indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te bestieren, hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen?"

Dat geldt natuurlijk voor iedere echtgenoot maar in het bijzonder voor een leider. Iedere man is namelijk het hoofd van zijn huwelijk en gezin, d.w.z. dat God hem als eerste verantwoordelijk stelt voor ´t welslagen van het huwelijk. Deze verantwoording houdt in dat een man de houding van Christus in zijn huwelijk moet aannemen, dat wil zeggen een dienende houding. (Ef.5:25 en Joh.13:14,15) Een heerszuchtige en tirannieke houding van een man, is dus absoluut tegen de Bijbel.

In 1 Petr.3:7 staat dat mannen verstandig moeten leven met hun vrouwen, als met broos vaatwerk: "..Desgelijks gij mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk en bewijst haar eer, …opdat uw gebeden niet belemmerd worden", m.a.w. mannen moeten rekening houden met het meer gevoelige karakter van de vrouw en hun vrouwen niet beledigen of naar beneden halen, er staat '..bewijs haar eer'. Doen we dat niet, dan zal het ons gebedsleven in de weg staan, er staat 'opdat uw gebeden niet belemmerd worden'. Dus onze houding in huis heeft rechtstreeks te maken met ons geestelijk kontakt met God.

Een leider zal zijn kinderen ook trachten op de voeden naar Bijbelse maatstaven. Het klinkt niet modern, maar toch weten we uit het Woord van God dat er een duidelijk verschil is in gezag en verantwoordelijkheid tussen de ouders en het kind (Lees Efeze 6:1 en 2). Uiteindelijk komt elk gezag bij God vandaan en de basiswet bij God is: er is geen vrijheid zonder gebondenheid. Kinderen willen graag vrij zijn, maar deze vrijheid is een schijn vrijheid. Het lijkt vrij maar het leidt soms tot wetteloosheid of losbandigheid. Echte vrijheid is "gehoorzaam" willen zijn aan God. Een leider is zich hiervan terdege bewust.

7. Een geestelijk leider moet merkbaar vervuld zijn met de heilige Geest.

Je kunt aan geestelijk leiders zien of ze in relatie met de Heer leven en van Hem ontvangen. Vandaar ook dat niemand zichzelf hoeft aan te prijzen, de heilige Geest zal mensen aanwijzen, ze worden vanzelf zichtbaar door de werking en de vrucht van de heilige Geest.

Handelingen 6:1-6 Stellen de twaalf apostelen de voltallige gemeente voor: "Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen".

Vol van Geest spreekt over meer dan de inwoning van de heilige Geest (vanaf de wedergeboorte) maar over vervulling met de heilige Geest. Inwoning duidt op permanente aanwezigheid, vervulling duidt op een gebeurtenis waarbij iemand VOLLER wordt van Gods Geest. Dit laatste wordt ook wel doop in de heilige Geest genoemd. In de Griekse grondtekst staat letterlijk doop IN de heilige Geest (Handelingen 11:16)

Vervuld WORDEN met de Heilige Geest betekent ook dat de heilige Geest op een bepaald moment MEER RUIMTE krijgt dan voorheen en krachtiger wordt ervaren. We hebben het dan over een soort geestelijke doorbraak. Bij iemand die vol is van Gods Geest heeft Gods Geest de ruimte om actief aanwezig te zijn, om in en door de gelovige te werken. Bij iemand waar Hij alleen in het hart woont, is zijn aanwezigheid maar nauwelijks merkbaar in zijn leven. Dat is dus het verschil tussen inwoning en vervuld zijn: passieve of actieve aanwezigheid van Gods Geest in de gelovige.

Het verschil tussen inwoning en vervulling met Gods Geest werd eens afgebeeld met het kruikje nardusolie waarmee Maria de Heer Jezus zalfde kort voor zijn lijden en sterven. VOOR de zalving rook niemand iets, omdat de zalfolie in de dichte kruik zat. Pas toen ze de hals van de kruik had gebroken en de zalfolie over Hem heen goot, werd de kamer vervuld van de geur (Marcus 14:3).

Bij veel gelovigen moet er eerst een doorbraak in hun leven komen en moeten barrières worden verwijderd voordat de heilige Geest hun bewuste leven kan binnenstromen. Maar dit moet reeds hebben plaats gevonden in het leven van een geestelijk leider.

HH

Meer studies